Wees duidelijk en specifiek en houd het vooral simpel
De respondent moet direct begrijpen wat je met een vraag bedoelt.
Probeer een vraag zo kort en bondig als mogelijk te formuleren.
Fout voorbeeld: "Als u tijdens uw functioneringsgesprek geconfronteerd wordt met problemen waar u bij betrokken bent of was, en als u vervolgens gevraagd wordt om op uw eigen handelen te reflecteren, zou u dan proberen om u voor te stellen wat uw gesprekspartner met deze vraag probeert te bereiken?" Deze vraag is uiteraard veel te lang en te ingewikkeld.
Gebruik toegankelijke taal (spreektaal) en vermijd afkortingen. Als je onverhoopt toch moeilijke woorden moet gebruiken, zorg dan dat je deze wel uitlegt.
Goed voorbeeld: "Hoe beoordeelt u de GUI van de online enquête tool? GUI betekent Graphical User Interface."
Voorkom dubbele ontkenningen in de vraagstelling.
Fout voorbeeld: "In hoeverre zijn de volgende redenen niet van invloed geweest om niet voor ons product te kiezen?" Gebruik dus nooit tweemaal het woord ‘niet’ in één vraag.
Stel géén suggestieve vragen (suggereer geen antwoorden) door vragen zo neutraal als mogelijk te formuleren. Zo voorkom je dat respondenten gaan twijfelen aan je intenties.
Fout voorbeeld: "Heeft u al gebruik gemaakt van deze aantrekkelijke aanbieding?" of "Vindt u ook dat NETQ Internet Surveys een goede oplossing biedt om gemakkelijk zelf online enquêtes uit te voeren?"
Veronderstel geen antwoorden en doe geen aannames.
Fout voorbeeld: "Ergert zich u wel eens aan telefonische verkopers?"
Goed voorbeeld: Stel eerst de vraag "Wordt u wel eens gebeld door een telefonische verkoper?", vraag vervolgens "Hoe vaak wordt u gebeld door telefonische verkopers?" en vraag tenslotte "Wat vindt u ervan als telefonische verkopers u bellen?"
Formuleer vragen zo eenduidig mogelijk. Zorg er met andere woorden voor dat een vraag slechts op één enkele manier kan worden geïnterpreteerd.
Fout voorbeeld: Betekent de vraag "Houdt u van voetbal?" dat de respondent 'zelf graag voetbal speelt', of 'graag naar voetbal op televisie kijkt', of 'graag leest over voetbal', of …
Fout voorbeeld: Wordt met "Heeft u in het afgelopen jaar …?" bedoeld 'in het huidige jaar(tal) tot heden …', of 'tijdens het gehele vorige jaar(tal) …', of 'in de afgelopen 12 maanden …'.
Blijf actueel. Het geheugen van respondenten reikt vaak niet ver. Voorkom daarom vragen over zaken die te ver in de tijd terug gaan of juist te ver vooruit. De vuistregel is 1 maand.
Fout voorbeeld: "Een jaar geleden heeft u een brief ontvangen over wegwerkzaamheden bij u in de buurt. Vond u de inhoud van deze brief nuttig?"
Stel géén vragen over zaken die respondenten moeilijk kunnen inschatten of weten.
Fout voorbeeld: "Binnen welke afstand vanaf uw huis is het dichtstbijzijnde tankstation?" of "Valt uw bruto jaarinkomen boven of onder het gemiddelde bruto jaarinkomen in uw gemeente?"
Wees zo specifiek en concreet als mogelijk. Vermijd bijvoorbeeld onbepaalde telwoorden als 'weinig', 'veel', 'soms', 'vaak' etc.
Fout voorbeeld: "Voert u vaak zelf online enquêtes uit?" Voor de ene respondent heeft 'vaak' een andere betekenis dan voor een andere. Beter is daarom "Hoeveel online enquêtes heeft u in afgelopen maand zelf uitgevoerd?"
Let er op dat je niet twee vragen in één vraag stelt.
Fout voorbeeld: "Bent u tevreden over de service en de prijs?" Dit zijn twee vragen; op basis van het antwoord 'ja' weet je niet of de respondent alleen tevreden is over de service, alleen tevreden is over de prijs of tevreden is over beide.
Houd focus
Blijf relevant en belast de respondent niet onnodig.
Maak je vragenlijst niet te lang(durig).
Stel valide vragen die (meetbare) antwoorden kunnen geven op de vooraf ten doel gestelde onderzoeksvra(a)g(en).
Fout voorbeeld: Op de vraag "Wat drinkt u het liefst?" met de antwoordopties 'koffie', 'thee', 'bier' of 'wijn' kan een respondent eigenlijk geen antwoord geven, omdat deze dranken in de regel op verschillende momenten worden gedronken. Het is daarom beter om te vragen "Wat drinkt u het liefst ’s morgens?", of "Wat drinkt u het liefst bij het diner?", of "Wat drinkt u het liefst ’s zomers?" etc.
'Need to know' of slechts 'Nice to know'? Regelmatig worden vragen opgenomen die weliswaar ‘Nice to know’ zijn, maar zonder toegevoegde waarde voor het onderzoeksdoel. Zo worden respondent vaak onnodig belast, waardoor de betrouwbaarheid van een onderzoek kan afnemen. Bekijk daarom elke vraag kritisch tegen het licht van je onderzoeksdoel.
Houd de respondent wakker door afwisselende vraagtypes te gebruiken. Hiermee voorkom je dat de respondent moe wordt en de vragenlijst op de automatische piloot invult waardoor de betrouwbaarheid van het onderzoek afneemt.
Vermijd al te veel open vragen. Je belast respondenten te zwaar wanneer je veel open vragen stelt. Daarnaast geven respondenten op open vragen veelal weinig uitgebreide antwoorden, tenzij zij een zeer uitgesproken mening hebben. Bovendien zijn open vragen in vergelijking met gesloten vragen moeilijker en tijdsintensiever voor jezelf om te analyseren.
Vraag niet te vaak om een toelichting. Een toelichting kan zeer interessant zijn en levert kwalitatief waardevolle informatie op, waardoor je onderzoek meer verdieping kan krijgen. Als je echter te vaak om een toelichting vraagt, dan krijgen respondenten de neiging om positief te antwoorden en zo de toelichtingvraag te vermijden. Vraag bijvoorbeeld alleen om een toelichting als de respondent (zeer) ontevreden is of een rapportcijfer lager dan een 7 geeft.
Toon een voortgangsindicator zodat een respondent kan inschatten hoe ver hij is gevorderd met het invullen van de vragenlijst.
Blijf acceptabel
Voorkom vragen die gevoelig liggen bij respondenten. Als je toch een gevoelige vraag wilt stellen, zorg er dan wel voor dat je respondent niet verplicht wordt om deze vraag in te vullen.
Voorbeeld: "Heeft u wel eens een miskraam gehad na 3 maanden zwangerschap?"
Vermijd ook vragen waarop respondenten sociaal gewenste antwoorden zullen geven.
Voorbeeld: "Vindt u alcoholpreventie bij kinderen belangrijk?" Een respondent zal niet snel 'nee' antwoorden op een dergelijke vraag. Zodoende treedt er een vertekening ten gunste van het gewenste gedrag (bias) op in de antwoorden.
"Universiteit Maastricht gebruikt NETQ in het leerpoces voor kennistoetsen, webformulieren en scripties. In mijn ervaring is NETQ een gebruikersvriendelijk onderzoeksplatform."