DE JUISTE ANTWOORDCATEGORIE
Sluit aan bij de vraag en wees logisch en consistent
- Zorg dat antwoordcategorieën taalkundig aansluiten bij de vraagformulering.
Goed voorbeeld: "Geef hieronder aan in hoeverre u het eens bent met de volgende stelling: Ik ben tevreden over de klantvriendelijkheid van de mensen van NETQ Survey Support."
| Zeer tevreden |
Tevreden |
Neutraal |
Ontevreden |
Zeer ontevreden |
De antwoorden betreffen tevredenheid en dus niet de mate waarin respondenten het eens zijn met de stelling. Dit laatste zou verwarrend kunnen werken voor een respondent.
- Breng een logische ordening aan in de antwoordcategorieën.
Fout voorbeeld: "Hoeveel dagen per week gebruikt u de online enquête tool NETQ Internet Surveys?"
- 1 dag per week
- 4-7 dagen per week
- 2-3 dagen per week
- Let op dat de antwoordcategorieën wel alle mogelijkheden dekken. Voor de volledigheid is het bij bepaalde vragen daarom aan te bevelen om de antwoordmogelijkheid "Weet niet/ geen mening", "Anders, namelijk …" of "Niet van toepassing" toe te voegen. Als je dit niet zou doen, dan bestaat de kans dat respondenten ten onrechte de overige antwoordcategorieën kiezen.
Gebruik tegelijkertijd niet al te vaak de antwoordoptie "Weet niet/ geen mening". Respondenten kiezen deze al snel als zij moe worden en geen zin meer hebben om na te denken.
Fout voorbeeld: "Hoeveel bedraagt uw bruto maandsalaris?"
- €2.000,- tot €4.000,-
- €4.000,- tot €6.000,-
- €.6000,- of meer
Hier ontbreekt de antwoordcategorie "Minder dan €2.000,-".
- De antwoordcategorieën moeten elkaar wel uitsluiten.
Fout voorbeeld: "Wat doet u doorgaans het liefst in het weekend?"
- Boodschappen doen
- Shoppen
- Ontspannen
- Relaxen
- Uitslapen
- De antwoordcategorieën moeten bij de vraag passen. Zo worden vragen over feiten wel verward met vragen over meningen. Het lijkt dat er om een mening wordt gevraagd, omdat de antwoordopties op een 'eens/ oneens-schaal' liggen, terwijl de vraag zelf een feitelijk gegeven is.
Voorbeeld: Laat de respondent bij de stelling "NETQ Internet Surveys is ook beschikbaar in een gratis versie" niet kiezen uit "Eens" of "Oneens", maar laat hem wel kiezen uit "Waar" of "Onwaar".
- Houd per vraag dezelfde dimensie aan voor de antwoordcategorieën. Als je verschillende vragen met elkaar wilt kunnen vergelijken, dan is het van belang dat de antwoordcategorieën uniform en consistent zijn. Zo niet, dan verwar je de respondent onnodig en krijg je mogelijk onbetrouwbare antwoorden. Dit geldt bijvoorbeeld voor elk type tevredenheidonderzoek.
Voorbeeld: Zorg bij een tevredenheidonderzoek dat je niet eerst vragen stelt met de antwoordcategorieën "Zeer tevreden" , "Tevreden", "Neutraal", "Ontevreden", "Zeer ontevreden" en vervolgens vragen (in stellingvorm) met de antwoordopties "Zeer eens", "Eens", "Eens nog oneens", "Oneens", "Zeer oneens".
Voorbeeld: Als je tegengestelde stellingen gebruikt, zorg dan wel dat deze ook kloppen. Gebruik bijvoorbeeld "Vernieuwend" niet versus "Saai", maar uiteraard wel versus "Conservatief".
- Pas bij vragen naar meningen schalen met een gelijk aantal positieve als negatieve antwoordcategorieën toe. Let er bij schalingsvragen bovendien op dat de volgorde van de antwoordcategorieën consistent blijft en dus niet van vraag tot vraag wisselt van positief-negatief naar negatief-positief.
Voorbeeld: 4-puntsschaal
| Zeer tevreden |
Tevreden |
Ontevreden |
Zeer ontevreden |
Voorbeeld: 5-puntsschaal
| Zeer tevreden |
Tevreden |
Neutraal |
Ontevreden |
Zeer ontevreden |
- Randomiseer de antwoordcategorieën. Respondenten zijn bij bepaalde vraagtypes onbewust geneigd om de eerste antwoorden of uitspraken meer aandachtig te lezen dan de daaropvolgende; dit geldt met name voor meerkeuzevragen met veel verschillende antwoordcategorieën. Hierdoor kunnen resultaten scheef worden verdeeld. Door het randomiseren van de antwoordcategorieën worden deze aan elke nieuwe respondent in een willekeurige nieuwe volgorde gepresenteerd. Zo voorkom je dat betrouwbaarheid van het onderzoek afneemt.
Formuleer ook nu duidelijk en specifiek
Evenals bij het stellen van vragen, geldt tenslotte ook bij het formuleren van antwoordcategorieën het volgende:
- Probeer ook antwoordopties zo kort als mogelijk te formuleren.
Fout voorbeeld: Het antwoord "De controle van de contactpersoon op de voortgang van de voor de organisatie uit te voeren acties" is simpelweg te vervangen door "Voortgangsbewaking".
- Gebruik ook bij het verwoorden van antwoordmogelijkheden toegankelijke taal (spreektaal) en vermijd afkortingen. Als je onverhoopt toch moeilijke woorden moet gebruiken, zorg dan dat je deze wel uitlegt.
Fout voorbeeld: Gebruik bij de vraag "Hoe neemt u doorgaans uw lichaamstemperatuur op?" niet antwoordformuleringen als "Oraal" (via de mond), "Axillair" (onder de oksel) of "Rectaal" (via de anus).
- Ook bij antwoordcategorieën geldt: formuleer antwoordopties zo neutraal als mogelijk. Voorkom je dat respondenten gaan twijfelen aan je intenties.
Fout voorbeeld: Bij de vraag "Welke van de volgende stellingen is het meest op u van toepassing?" wek je met een antwoordcategorie als "Ik gebruik alleen goedkope huismerkproducten" de suggestie dat niet-huismerkproducten duur zijn.
- Formuleer ook antwoordcategorieën zo eenduidig mogelijk. Zorg dat een antwoordoptie slechts op één enkele manier kan worden geïnterpreteerd.
Fout voorbeeld: "Steunt u al dan niet actief één of meer politieke groeperingen in uw gemeente?"
- Ja, ik steun actief één of meer politieke groeperingen
- Ja, ik steun één of meer politieke groeperingen
- Nee, ik steun geen politieke groeperingen
Respondenten kunnen op meerdere manieren interpreteren wat enerzijds een politieke groepering is (politieke partijen, of bijvoorbeeld ook actiecomités) en wat anderzijds 'actief steunen' is ten opzichte van 'steunen'.
- Wees ook bij antwoordopties zo specifiek en concreet als mogelijk. Vermijd bijvoorbeeld onbepaalde telwoorden als 'weinig', 'veel', 'soms', 'vaak' etc.